Wol & Biowol

meadow-animals-sheep-wool.jpg

Wol is warm en regelt je temperatuur. Schapenwol is de best bekende wol, maar er zijn wel meer wolleveranciers: de alpaca, het angora-konijn, de kasjmier-geit, de yak,... Onze wol draagt bij voorkeur het KbT-label (Kontroliert biologische Tierhaltung): vriendelijk voor mens en dier. 

Wol is warm, neemt vocht op, houdt de lichaamswarmte vast en is daarom aangenaam om te dragen. Een wolhaar bevat miljoenen kleine cellen, wiens dunne wanden lucht doorlaten. Is het buiten warm, dan zetten de cellen uit en wordt er meer frisse lucht doorgelaten. Is het buiten koud, dan vernauwen de cellen waardoor de lichaamswarmte niet zo snel wordt afgegeven en de koude lucht niet kan binnendringen.

Wol is meestal afkomstig van het schaap. Er worden schapen geteeld in de arctische gebieden en in de hittegebieden van de binnenlanden in Australië. Een schaap kan tegen kou en tegen hitte, zoals de Bedoeïenen die zich in wol hullen en zo de enorme temperatuursverschillen tussen dag en nacht overbruggen. 

Er zijn verschillende soorten wol:

  • naargelang de streek: Zuid-Duitsland, Australië, Schotland
  • naargelang de schapenrassen: cheviotwol (lange, weinig gekroesde wol) en merinowol (fijne, korte lokken)
  • naargelang de ouderdom van de dieren: lamswol, moederwol, ramswol


Zonder ingrijpen van de mens, zouden schapen precies voldoende wol hebben om hen tegen de koude of warmte te beschermen. Door foktechnieken werd de vacht van het schaap voller en langer gemaakt. Het tijdstip waarop de schapen geschoren worden, wordt voor een groot deel bepaald door de wolprijs en niet door het seizoen of het welzijn van het schaap. Dit heeft tot gevolg dat er jaarlijks veel schapen sterven van de kou.
Om de wolproductie op te drijven, worden schapen met pesticiden behandeld tegen parasieten en krijgen preventief antibiotica toegediend. Na het scheren wordt de wol zwaar chemisch behandeld tegen motten en klitten, chemisch gebleekt met zwaveldioxide, waterstofperoxide of optische bleekmiddelen.
Tegen vervilting of opwollen wordt een polymeerfilm om de vezel gelegd, waardoor de wol machinewasbaar wordt. 
Daarna wordt de wol met synthetische verven gekleurd en krimpvrij gemaakt. Daarenboven wordt wol meestal samen gesponnen met een kunstvezel. Ook wordt het wolvet (lanoline) eruit gehaald voor farmaceutische of beautytoepassingen. Het is nu net dat vet dat bijvoorbeeld een echte Ierse trui zo vocht- en vuilafstotend maakt. 

De langharige Merinoschapen in Australië en Nieuw-Zeeland produceren een wol die van hoge kwaliteit is. Australië heeft echter te kampen met de blowfly, de bromvlieg die zich voedt met uitwerpselen en bij voorkeur haar eieren in overvloed legt rond het wollige achterste van het Merinoschaap. De larven die daaruit voortkomen, voeden zich met het vlees van het schaap en scheiden ondertussen ammoniak af wat kan leiden tot irritaties, afschuwelijke wonden en vergiftigingsverschijnselen. Mulesing is een behandeling om dit tegen te gaan: er wordt een stuk huid weggesneden rond de anus van het schaap. Dit gebeurt echter in de meest dieronvriendelijke omstandigheden bij miljoenen lammeren in Australië. 
In de biologische landbouw is mulesing taboe. 

Bio-wol

Biologische wol is afkomstig van een schaap dat graast op een weide waarop geen kunstmest of andere kunstmatige middelen worden gebruikt. De wintervoeding is biologisch en bevat geen genetisch gemodificeerd materiaal. Het schaap krijgt geen preventieve antibiotica en wordt niet behandeld met chemicaliën. 
Bij het wassen van de vacht wordt geen gebruik gemaakt van chemicaliën of bleekmiddelen. De vacht wordt niet chemisch behandeld om ze motvrij te maken.
Het spinnen van de wol gebeurt uitsluitend met gebruik van plantaardige olie. 

Er zijn boerderijen in Australië die de Demeter-wol leveren: biologisch-dynamische wol. Hun lijfspreuk is: van gezonde bodem via gezonde planten naar gezonde dieren. Zo wordt bijvoorbeeld het water dat langs het weiland stroomt en van andere landbouwgronden komt, gecontroleerd op resten van pesticiden. Eenmaal per jaar worden de schapen met de hand geschoren. Ze gebruiken geen chemische middelen om de parasieten te bestrijden, de dieren krijgen gezond voer en leven in goede omstandigheden. 

Alpaca wol

requests-alpaca_2441680k.jpg

Alpaca wol is afkomstig van de lama. Hun natuurlijke habitat is het Andesgebergte. De grote temperatuursverschillen in de Andes variërend van- 25°C tot +18°C maken dat de lama een speciale vacht heeft ontwikkeld: elk haar heeft een haarzakje. Dit zorgt er voor dat bij koude  de vacht warmte en bij warmte koelte afgeeft. De vacht van alpaca's is van een hoogwaardige wolsoort die sterker, warmer en lichter is dan de wol van schapen en het is ook nog eens hypo-allergenisch. Dit maakt dat het een ideaal materiaal is voor baby’s en kinderen. De vezelstructuur is superfijn en de zachtheid is te vergelijken met kasjmirwol. Alpacawol is er in 22 natuurlijke tinten met wel 200 schakeringen waardoor het verven in bepaalde kleuren vaak niet eens nodig is en het gebruik van scherpe chemicaliën achterwege kan blijven. De ruwe wol is vrij van lanoline waardoor de verwerking relatief eenvoudig is
Kwalitatief gezien behoort alpacawol tot de beste wolsoorten die er zijn. Alpacawol is de enige natuurlijke vezel die in zoveel verschillende kleuren voorkomt. Desgewenst kan de wol gekleurd worden of vermengd met andere vezels wat het aanbod voor ontwerpers eindeloos maakt.
De alpaca die wij verkopen is van dieren uit de Andes en niet van dieren die in Europa of Australië in gevangenschap leven.

Onderhoud van  Alpacawol

Het wassen van Alpaca gebeurt het best met de hand, met handwarm water met een klein beetje schampoo.
Niet wringen en niet in de droogtrommel drogen. Het best is om het liegend te laten drogen.
Alpaca wol makkelijk op, dit komt door de fijne haren. Je kan de bolletjes makkelijk met een wol kammetje verwijderen. Bron: Greenpeace Magazin Textil Fibel 4/ 2011

Kasjmier

cashmere-goat-660x438.jpg

Kasjmier of Kasjmir is een woltype afkomstig van de Kasjmirgeit. De wol is genoemd naar het gebied Kasjmir in India, Pakistan en China. Uit dit gebied komen de oorspronkelijke geitenrassen.
De kasjmirwol is een fijne  en zeer zachte, soepele vezel. Hij wordt traditioneel gewonnen door de ondervacht van de geit te kammen, maar in de moderne bedrijven worden de geiten geschoren. De geiten hebben de kleuren wit, grijs, bruin en zwart. De gewenste fijne vezels zitten alleen in de ondervacht. De stuggere vezels van de bovenvacht moeten verwijderd worden. Dit gebeurt momenteel machinaal. Per dier is de opbrengst ongeveer 150 gram.
Kasjmir is een van de duurste natuurvezels en wordt daarom vaak gemengd met merino of andere wol. Alkena verwerkt zijde en kasjmir samen. De prijs is vooral afhankelijk van de fijnheid van de wol, verder spelen de vezellengte, de krullingen en de kleur een rol. Kasjmir kan net als schapenwol verwerkt en geverfd worden. Vanwege de fijne vezels hebben artikelen uit kasjmirwol zeer goede warmte-isolerende eigenschappen bij een laag gewicht.

De voornaamste productielanden waren altijd China, Mongolië, Iran en het Hoogland van Centraal Azië. Op het ogenblik worden echter grote kuddes gehouden in Australië, Nieuw Zeeland en Schotland. In de oorspronkelijke landen wordt de vezel vooral tot mutsen en shawls verwerkt. In de overige landen wordt vezel verwerkt in bovenkleding, variërend van truien tot mantels.

Mohair

Mohair-wol.jpg

Mohair is wol van de Angorageit. In tegenstelling tot de wol van een schaap moet de mohair voor het verwerken gewassen worden.
De Angorageiten, en vooral de jongere, hebben zijdeachtig glanzend haar dat wordt gebruikt voor de meer luxueuze weefsels. Als het lam in het voorjaar wordt geboren, dan wordt het in het najaar voor de eerste keer geschoren. Deze mohair noemen we de kidmohair. Er worden jassen, truien, sjaals, vesten en kostuums uit vervaardigd. ( bron Wikipedia )
Poppenmaaksters zijn ook zeer gecharmeerd door de mohair. De lange krullen zijn zich uitermate geschikt voor het maken van poppenhaar.

Angora

angora_rabbit.jpg

Het Angorakonijn is een middelgroot konijnenras met een extreem lange vacht.
De naam van het Angorakonijn zou verwijzen naar de vroegere naam van de Turkse hoofdstad Ankara, gelegen in een streek waar de langharige Angorageit gefokt werd.
Zoals alle uiterlijke veranderingen bij gedomesticeerde dieren is ook de lange vacht van het Angorakonijn door genetisch toeval ontstaan. Sindsdien werd het dier gefokt voor zijn fijne warme wol die gebruikt wordt in de kledingindustrie.
Het konijn hoeft daarvoor overigens niet te worden gedood.
De lange vacht kan voor het Angorakonijn ernstige problemen opleveren als het dier niet regelmatig wordt geknipt of geschoren. De vacht vervilt en vormt klitten zodat het konijn zijn lichaamswarmte niet meer kwijt kan. 

Mandragora heeft deze wol niet in de collectie omdat het scheren van de vacht zeer dieronvriendelijk gebeurt.
De konijnen worden aan hun pootjes vast gebonden, waardoor zij veel stress ervaren. Meestal worden de konijnen kaal geplukt omdat er zo langere haren en dus meer wol kan worden verzameld. Dit plukken is zeer pijnlijk en wordt iedere drie maanden gedurende twee tot vijf jaar herhaald. De konijnen slijten hun jaren in kooien zonder goede ondergrond.

Yakwol

Stoffen — Mandragora.png

Yakwol wordt zeer weinig gebruikt om kleding van te maken. Als het al gebruikt wordt, is het steeds in combinatie met een ander garen. De wol is namelijk zeer stug en dus niet zo geschikt om kleding van te maken.
De yak is een soort buffel die op de hoogvlakte in de Himalaya leeft. Er zijn er zo’n 15 miljoen, waarvan 50.000 in de beschermde gebieden in de Tibetaanse Hoogvlakte. Yaks zijn zeer sterk en hebben een grote weerstand. Ze leven tot op 5.500 meter hoogte en kunnen, bij gelijk welke temperatuur, zwemmend meren en rivieren oversteken.