Weer slecht nieuws

 

Bij een brand in een textielfabriek in Pakistan in 2012 kwamen 200 mensen om het leven. afp

Reportage  In de sloppenwijken rond Pakistaanse textielfabrieken werkt een legertje thuisnaaisters voor nog geen 3 eurocent per uur. Via onderaannemers huren ook de grote internationale kledingmerken deze goedkope arbeidsters in.

‘Kledingindustrie gebruikt bewust onzichtbare slaven’

Reactie H&M Lees verder onderaan

Van onze correspondente in pakistan wilma van der maten

karachiThuisnaaister Shamin Bano (49) laat een zwart vestje zien waarop ze met kraaltjes en witte zijde het borduurwerk maakte. Priegelwerk waar heel wat uren in zitten. Het wordt in de winkel voor bijna vijfentwintig euro verkocht. Hoeveel geld zij krijgt? ‘Vier roepies’, zegt Shamin. Ze steekt daarbij haar vier vingers in de lucht. Dat is nog geen drie eurocent.

Secretaris-generaal Zehra Akhan van de Federatie van Thuiswerkende Vrouwen bevestigt Shamins verhaal. Pakistan telt zo’n twaalf miljoen thuiswerkers. Gemiddeld verdienen die nog geen twintig euro per maand.

Waren er na het schandaal rond de misstanden in de Aziatische textielfabrieken dan geen afspraken gemaakt voor betere arbeidsomstandigheden? De uitbuiting in de kledingindustrie kwam in 2013 wereldwijd aan het licht, toen een illegaal gebouwde textielfabriek in Bangladesh instortte. Meer dan 1.100 mensen vonden daarbij de dood. Bij een brand in een fabriek in Pakistan in 2012 kwamen 200 textielarbeiders om het leven. Na wereldwijde ‘Schone en Eerlijke Kleding Campagnes’ ondertekenden alle partijen in de textielindustrie convenanten waarin arbeiders betere arbeidsomstandigheden werden toegezegd, onder meer een minimumloon.

Geen arbeidsvoorwaarden

‘Van de maandelijkse 20 euro die ik verdien, koop ik zelf nog mijn draad en naalden. Er zijn maanden dat ik na keihard werken bijna niets overhoud’ Zahida Mukhtia Thuisnaaister

‘De thuisnaaisters vallen buiten deze afspraken’, zegt Akhan. Ze wijst naar Shamin, Zahida, Saira en Ruqqia die haar kantoor bezoeken. ‘Thuisnaaisters worden niet erkend als arbeiders. Ze hebben geen contract en geen arbeidsvoorwaarden. Ze zijn onzichtbaar.’

Haar antwoord leidt eerst nog tot gegiechel. Dan worden de vrouwen boos. ‘We zijn arm. Bijna niemand van ons heeft de school afgemaakt. We zijn alleenstaande vrouwen of hebben een man die eveneens slecht verdient.’

‘De kledingindustrie buit onze situatie uit’, weet algemeen secretaris Saira Feroz (34) van de Verenigde Thuiswerkers Bond. Als gescheiden vrouw woont zij met haar drie alleenstaande zussen bij haar moeder. Ze verdienen allemaal de kost als thuisnaaister.

 

 

‘Niet alleen Pakistaanse fabrieken, maar ook de grote internationale merken besteden naaigoed uit aan illegale exportfabriekjes en thuiswerkers’, verzekert Akhan. De Internationale Arbeids-organisatie ILO bevestigt in haar vorig jaar verschenen rapport ‘De Pakistaanse Verborgen Werknemers’ dat thuisnaaisters merkkleding voor de Amerikaanse en Europese markten produceren. Het zijn niet de fabriekseigenaren maar de onderaannemers die de afspraken met de vrouwen maken.

H&M, Mango en GAP
Medewerkers van de ILO vonden in illegale kledingfabriekjes truien en broeken met het logo van het Amerikaanse Cotton Belt, en labels van Europese kledingbedrijven in Spanje, Italië en Tsjechië. ‘We hebben sterke aanwijzingen dat alle grote merken, waaronder H&M, Mango en GAP, kleding van thuisnaaisters afnemen’, zegt vicevoorzitter Nasir Mansoor van de Nationale Vakbondsfederatie NTUF. Hij sprak met arbeiders van verschillende kledingfabrieken die voor deze grote merken produceren. Ze vertelden hem dat thuiswerkers wel degelijk worden ingehuurd. Thuisnaaisters bevestigden hem voor H&M te stikken.

Ook vakbondsvrouw Akhan kwam met vrouwen in contact die haar bevestigden voor internationale kledingbedrijven, waaronder H&M, te naaien. Toen ze de vrouwen thuis wilde bezoeken, bleken ze niet meer voor de fabrieken te werken. ‘Ze waren ontslagen, omdat ze te luid voor hun arbeidsrechten vochten.’ Akhan en Man-soor pleiten voor een onafhankelijk onderzoek.

‘Internationale kledingconcerns als H&M weten heel goed wat er zich in de fabrieken afspeelt, maar ze kijken liever de andere kant op’ Nasir Mansoor Vicevoorzitter Nationale Vakbondsfederatie

Ondanks allerlei gemaakte internationale afspraken, ontbreekt het in de fabrieken van de feodale landheren nog steeds aan respect voor de arbeider. ‘De werkomstandigheden blijven onveilig. De arbeiders verdienen nog even weinig’, zegt Nasoor. ‘Internationale kledingconcerns als H&M weten heel goed wat er zich in de fabrieken afspeelt, maar ze kijken liever de andere kant op’, voegt hij eraan toe.

 

 wilma van der maten

Wetsvoorstel
Akhan heeft haar eerste succes binnen in haar strijd voor betere arbeidsomstandigheden voor haar achterban. Dankzij haar lobbywerk ligt er een wetsvoorstel op tafel waarin voor het eerst thuiswerk als formele arbeid wordt erkend. Als het Pakistaanse parlement de wet bekrachtigt, hebben de thuisnaaisters recht op een contract, een minimumsalaris, een vijfdaagse werkweek, uitbetaling van de overuren, medische voorzieningen en een pensioen.

 

Pakistaanse thuisnaaister. wilma van der maten 

Maar Akhan vreest dat weinig werkgevers zich aan de nieuwe arbeidswet zullen houden. Het kost ze geld. Ze roept daarom de hulp in van internationale vakbonden. ‘Die kunnen vrouwen leren hoe ze voor hun rechten moeten opkomen. Vakbonden hebben nauwelijks enige zeggenschap. Wij willen graag leren hoe we beter voor onze achterban kunnen onderhandelen.’

De Nederlandse FNV steunt al de Nationale Vakbondsfederatie van Mansoor. Die vindt, samen met Akhan, dat het afgelopen moet zijn met de slavernij in de Pakistaanse thuiswerkende industrie. ‘Van die maandelijkse 20 euro die ik verdien, koop ik zelf mijn eigen draad en naalden’, vertelt Zahida Mukhtia (50). ‘Er zijn maanden dat ik na keihard werken bijna niets overhoud.’